Waarom dit onderzoek?

De diversiteit in biologisch leven (biodiversiteit) in het landbouwlandschap staat sterk onder druk. Intensivering van de landbouw heeft in het recente verleden op het niveau van percelen o.a. geleid tot een toegenomen gebruik van meststoffen en chemische bestrijdingsmiddelen en tot schaalvergroting en het verdwijnen van half-natuurlijke elementen zoals houtkanten, hagen en bomenrijen op landschapsniveau. Populaties van dier- en plantsoorten gebonden aan het landbouwgebied gaan daardoor achteruit of zijn reeds verdwenen.

De laatste jaren is aangetoond dat dit verlies aan biodiversiteit ook een invloed heeft op het menselijk welzijn. Wilde dieren en planten leveren immers talrijke diensten die cruciaal zijn voor de productie van voedsel en het creëren van een leefbare omgeving. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bijen en hommels die instaan voor de bestuiving van gewassen, aan natuurlijke vijanden die plaagsoorten helpen onderdrukken, en aan bomen en struiken die hout produceren maar ook mee het karakter van landschappen bepalen. Deze dienstbaarheden voor het welzijn van de mens worden ecosysteemdiensten genoemd, hier dus geleverd door het hedendaags landbouw-ecosysteem. Het behoud en de versterking van biodiversiteit in landbouwlandschappen is dus een belangrijke doelstelling voor het beleid en zowel op globaal, Europees als nationaal/regionaal niveau werden er maatregelen geformuleerd om dit waar te maken. Beheerovereenkomsten – waarbij een landbouwer bijvoorbeeld akkerranden inzaait met een kruidenrijk mengsel of houtkanten aanlegt – zijn daarvan een typisch voorbeeld. Ondanks de inspanningen door heel wat landbouwers geleverd, heeft onderzoek aangetoond dat bepaalde van deze maatregelen vaak onvoldoende effectief zijn. Dit heeft deels te maken met de versnipperde aanpak op gebiedsniveau. Bovendien gaan dergelijke maatregelen binnen de percelen voorbij aan de complexiteit van landschappen, die in de praktijk bestaan uit een netwerk en samenspel van diverse groenelementen – zoals wegbermen en tuinen - die nu niet mee in beschouwing genomen worden bij de uitwerking van plannen voor de versterking van de biodiversiteit in het landbouwlandschap. Dit is met name relevant in sterk verstedelijkte regio’s – zoals Vlaanderen – waar deze groenelementen overvloedig aanwezig zijn in het buitengebied. De rol van dit netwerk van elementen voor het leveren van ecosysteemdiensten voor voedselproductie is echter nog ongekend.

Daarom willen we in dit onderzoek het belang van dit netwerk van half-natuurlijke elementen in het landschap becijferen door het aanleggen van ‘pleegtuintjes’ die specifiek ontworpen zijn om het effect van de (biodiversiteit in de) omgeving op de gewassen in de tuintjes op te meten. Door gebruikers en bewoners van het landschap (actoren) actief te betrekken bij de opvolging van de tuintjes willen we daarnaast ook hun bewustzijn vergroten over de rol die zij kunnen spelen bij het versterken van de biodiversiteit in hun eigen omgeving. Uiteindelijk willen we inzetten op de opstap van een ‘één actor-één perceel’-benadering (cf. de beheerovereenkomsten), naar een ‘multi actor-landschaps’-benadering, waarbij er op een duurzame en breed-gedragen wijze samengewerkt wordt aan een groener en meer biodivers landbouwlandschap.

© .UGentForest nature lab     ILVO     Vlaanderen is landbouw en visserij